Roofs 2021-06-15 Wettelijke en contractuele mogelijkheden

Prijsstijgingen doorberekenen

De bouw en daarmee ook de dakensector heeft te maken met grote kosten­stijgingen. Bij lopende bouwcontracten zijn deze extra kosten niet verdisconteerd in de aanneemsom. Deze extra kosten drukken in voorkomend geval zwaar op het resultaat en kunnen zelfs resulteren in een verliesgevend project, aldus Arno Duijverman, beleidsadviseur bouw- en aanbestedingsrecht bij Koninklijk Bouwend Nederland. Voor wiens rekening komen die prijsstijgingen eigenlijk en hoe kun je hiermee in een overeenkomst rekening houden?

De bouwtijd en het risico van prijsstijgingen

Bouwtermijnen lopen sterk uiteen: van enkele weken voor een in omvang en complexiteit bescheiden werk tot wel tientallen jaren voor omvangrijke werken. Prijsstijgingen die zich gedurende de uitvoering van een werk voordoen, kunnen daarmee het verschil maken tussen een winstgevend en een verlieslatend project. Voor het behoud van een gezonde marge moet rekening worden gehouden met dergelijke prijsschommelingen en de effecten daarvan op de bedrijfsresultaten. Daarom worden ‘normale’ prijsschommelingen, die zich tijdens de bouw (kunnen en veelal zullen) voordoen, al bij aangaan van een aannemingsovereenkomst – aan de hand van ervaringscijfers – ingeschat. Dergelijke, ‘normale’ prijsschommelingen kunnen ook tot op zekere hoogte worden ingeschat. Zeker als het gaat om een overzichtelijke bouwperiode zal daarmee dat risico weliswaar niet geheel, maar toch goeddeels kunnen worden ondervangen. Denk daarbij ook aan de mogelijkheid een aanneemsom te indexeren, oftewel periodiek te verhogen of te verlagen met een door de overeengekomen indexeringsregeling bepaald percentage. Maar ook het opnemen van een risicoregeling, zoals dat wel in de GWW gebeurt, waarmee prijsstijgingen en prijsdalingen van door partijen overeengekomen onderdelen van het werk periodiek worden verrekend, behoort tot de contractuele mogelijkheden om dergelijke risico’s op een eerlijke manier te verdisconteren in het contract.

Onvoorziene en kostenverhogende omstandigheden

Maar als de bouwperiode langer is en het moment van ­contracteren plaatsvindt ver voordat er wordt gebouwd, hoe gaat dat dan? Kunnen prijsschommelingen dan goed genoeg worden ingeschat of worden verdisconteerd met een indexerings- of risicoregeling? Helaas is dat niet het geval. Niemand beschikt over een glazen bol, laat staan dat omstandigheden als het huidige coronavirus, de daarmee verband houdende (overheids)maatregelen en de effecten op de productie en prijzen van grondstoffen en materialen voorzienbaar waren. ‘Abnormale’ risico’s horen niet bij een opdrachtnemer thuis, ook niet als dat een aannemer is die een vaste aanneemsom is overeengekomen. De wetgever heeft het daarom voor een aannemer mogelijk gemaakt de rechter te vragen om aanpassing van de aanneemsom als die niet langer toereikend is als gevolg van ‘kostenver­hogende omstandigheden’. In het verlengde van deze ­wettelijke regeling tref je in veel bouwvoorwaarden min of meer vergelijkbare bepalingen aan.

Hoe dat in zijn werk gaat wordt door Arno Duijverman van Koninklijk Bouwend Nederland in hoofdlijnen toegelicht in de ‘Aanwijzing: het doorberekenen van bouwkostenstijgingen’. Daarin licht hij in hoofdlijnen de wettelijke en contractuele mogelijkheden toe. De Aanwijzing is te raadplegen op de website van Bouwend Nederland (zoek op bouwkosten­stijgingen). Via de Linkedin-pagina van Arno Duijverman kan men op de hoogte blijven van meer bouw-relevante onderwerpen en regelgeving.

Labels