Roofs 2021-08-34 Opleiden moet rendement hebben

special Personeel & Organisatie en Opleiding

Opleiden is heel belangrijk, op alle niveaus en over de hele loopbaan. Je moet anticyclisch scholen, dakdekken is een zwaar beroep, dus er dient continu gewerkt te worden aan duurzame inzetbaarheid en aan het tijdig opsporen van zaken die tot voortijdige uitval kunnen leiden. Het zijn de bekende thema’s die al lange tijd de rode draad vormen in de samenwerking tussen werkgevers en werknemers in de platte dakenbranche. Een samen­werking die in vergelijking met andere sectoren in de bouw relatief goed ­verloopt en tot resultaten leidt. Maar er is nog genoeg te doen. Wat te denken van uitvoerend technisch administratief personeel (UTA) of het sterk gegroeide aantal zzp’ers. “We moeten voorkomen dat er op het dak een A- en een B-populatie ontstaat: enerzijds goedgeschoolde mensen in loondienst en anderzijds tweederangs personeel dat goedkoop meters maakt.”

Ben Bleumer, bestuurder FNV Bouwen & Wonen (regio noordwest) en Cees Woortman, directeur Vebidak en vertegenwoordiger van de werkgevers, zijn doorgewinterde onderhandelaars die elkaar al vaak zijn tegengekomen. “Daar zit enige continuïteit in”, constateert Woortman. “Maar continuïteit is ook een belangrijk kenmerk van deze branche. Twee decennia terug is een aantal betrokken ondernemers opgestaan. Die zeiden: ‘Als je je werknemers niet schoolt, ben je een achterlijk bedrijf.’ Het belang van scholing werd toen door werkgevers en werknemers onderkend en er zijn in de cao’s financiële prikkels ingebouwd om daar handen en voeten aan te geven.” Bleumer: “Sindsdien is opleiden een constante factor geworden in de sector die niet is verslapt. Dat betekent een goede infrastructuur onderhouden voor de beroepsbegeleidende leerweg [bbl], leermeestercursussen en andere korte cursussen en constant hierin blijven investeren. Werkgevers en werknemers hebben elkaar uitstekend in de uitwerking kunnen vinden.”

Rendement

Opleider Tectum leidt jaarlijks zo’n 130 leerlingen op. Woortman: “We pakken eventueel door naar 160 als we additionele financiering kunnen vinden. Maar ons doel is niet zoveel mogelijk scholen. Essentieel is dat het rendement moet hebben. Daarom gaan we ook de bouwplaatsen af met busjes om de jongens die net hun diploma hebben te vragen hoe het gaat en waar ze tegen aanlopen. Dat heeft al veel uitval voorkomen.”

Goede instroom

Aan de instroomkant heeft de branche relatief weinig problemen. Bleumer: “De meeste andere sectoren in de bouw werken of werkten met een vergoeding achteraf voor opleidingen of lieten de leerlingen alles zelf betalen. In de platte dakenbranche worden scholingsdagen betaald. Dat weten die jongens op de vmbo’s heel goed en dat wreekt zich nu in de andere bouwsectoren. Ze worden hier intensief begeleid en ook dat betaalt zich uit.” Voor Woortman zijn het randvoorwaarden waarin bedrijven goed kunnen gedijen. “Wat wij nooit hebben gedaan is het hospitaliseren van de ondernemers. We zorgen voor een goede infrastructuur wat betreft opleiden en begeleiden. Je zult ons niet aantreffen op een banenmarkt. De bedrijven moeten zelf zorgen dat ze jonge mensen krijgen. En dat gebeurt eerder in de disco, de snackbar of via familie dan via georganiseerde acties.”

De uitval onder jongeren was samen met het aan de slag houden van oudere werknemers eerste prioriteit. Voor die laatste categorie is in 2017 B2transities opgericht. Werknemers die dreigen arbeidsongeschikt of werkeloos te raken worden aan een nieuwe loopbaan binnen of buiten de branche geholpen. Beumers: “Je pakt zo’n persoon bij de hand, gaat in gesprek en kijkt samen welke scholing of begeleiding nodig is voor een zinvol vervolgtraject. Dat geldt ook voor iemand die op zijn dertigste last heeft van zijn knieën. Het is goed dat de branche al deze gevallen signaleert en ermee aan de slag gaat.”

RVU

Voor de groep oudere werknemers is recent nog een resultaat geboekt: de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) die de sociale partners eerder dit jaar hebben vastgelegd in de CAO-BIKUDAK. Werknemers die langer dan twintig jaar als dakdekker, voorman of chauffeur hebben gewerkt, kunnen vanaf 1 oktober 2021 eerder stoppen met werken en een uitkering krijgen. Bleumer: “Werknemers krijgen hierover voorlichting via consulenten van de vakbond en van het NIBUD. Op basis van de financiële situatie nu en in de komende jaren kan een goed overwogen beslissing worden genomen om hieraan deel te nemen of niet. Het is een recht van de werknemer en een plicht van de werkgever om eraan mee te werken. In deze sector is hierover vrij snel overeenstemming bereikt.”

Zzp’ers

Waar nog veel te winnen valt is in het hoofdstuk zzp’ers. Woortman: “Het aantal dakdekkers dat onder de cao valt is momenteel bijna 2.900, dat is minder dan de piek van 3.700 zielen in 2006, maar meer dan het niveau in 2013, waar een dal lag van 2.300. Het aantal zzp’ers dat op platte daken actief is, stijgt al jaren, naar minimaal 1.200 en misschien wel een paar honderd meer. Een deel haalt eigen werk uit de markt, de anderen werken voornamelijk als flexibele schil voor dakdekkersbedrijven. Die laatste, grote groep werkt in onderaanneming en bestaat veelal uit oud-werknemers. Maar zijn dat nu echte zelfstandigen? Ze zijn in elk geval voor het merendeel opgeleid op kosten van de sector.”

Denken vanuit één arbeidsreservoir

“Wat ons als sector uniek maakt,” vervolgt Woortman, “is dat wij als sociale partners denken vanuit een arbeidsreservoir. Daarin zitten mensen in loondienst van de aangesloten bedrijven, cao-werknemers dus, én zzp’ers die in onderaanneming op dat platte dak staan. Ons streven is om ook het opleidingsniveau van die flexibele schil op peil te houden. Daarom hebben wij sinds begin 2018 de regeling arbeidskosten onderaannemers, op grond waarvan onderaan­nemers en zzp’ers dezelfde scholingsaanspraken hebben als cao-werknemers. We willen daarmee voorkomen dat er op het dak een A- en een B-populatie ontstaat. Aan de ene kant goedgeschoolde mensen in loondienst en aan de andere kant tweederangs personeel dat goedkoop meters maakt.”

Afdracht onderaannemers

Bleumer legt uit: “je kunt met een cao niks opleggen aan zzp’ers, daarom werken we met zogenoemde vergewisbepa­lingen in de cao om die groep te adresseren. De werkgever is in zijn hoedanigheid van opdrachtgever gehouden erop toe te zien dat iedereen die op het dak werkzaam is, beschikt over geldig bewijs deelname C1. De kosten van opleiden zijn gedekt. De werkgever-opdrachtgever doet opgave van zijn totale kosten onderaannemers en draagt daar een bepaald percentage van af. Daar staat tegenover dat de onderaan­nemer die kan aantonen in jaar X voor een Bikudak-aannemer te hebben gewerkt, recht heeft op twee dagen onderwijs tegen dezelfde cursusvergoeding als een werknemer.” Beide heren zijn eensgezind over het doel: dat iedereen veilig op het dak werkt. Bleumer: “Andere sectoren werken met VCA, maar C1 gaat verder en is completer. We zitten niet te wachten op certificaten, het gaat ons bij BBL-opleidingen echt om beroepskwalificaties.”

Wat zijn de verwachtingen voor de komende jaren?

Woortman: “De branche heeft na twintig jaar inspanningen een hoog opleidingsniveau bereikt en het is belangrijk dat we de continuïteit daarin voortzetten, met goede handhaving en naleving van de scholingsverplichtingen. Het zou mooi zijn als we vanuit dat hoge niveau naar een BBL-kwalificatie als norm kunnen toewerken voor alle mensen op het dak, aangevuld met Eerder Verworven Competenties voor de oudere werknemers.”

Bleumer wijst tot slot op de aandacht die er is voor veilig en gezond werken op daken, maar mist daarin nog aandacht voor het uitvoerend technisch administratief personeel (UTA). “Veiligheid begint in de voorbereiding. Het werk wordt complexer door wetgeving, milieueisen, arbeidsomstandig­heden, aansturing van personeel en zzp’ers, de verant­woordelijkheden verschuiven van hoofdaannemer naar Bikudak-bedrijven en dat komt allemaal terecht bij UTA-personeel. Ik denk dat je die mensen ook mee moet nemen in bepaalde opleidingstrajecten.” Volgens Woortman staat de positie van UTA-personeel op de agenda. Cao-personeel heeft rechten en plichten. Voor UTA-personeel heeft de werkgever geen scholingsplicht, maar ze hebben wel recht op bepaalde branche-specifieke cursussen en dezelfde ­vergoeding als cao-personeel. Het is aan de werkgever of die zijn UTA-personeel wil laten scholen.”

Labels