Roofs 2021-10-17 Vallen loopt nooit goed af

Veilig en gezond werken

In juli publiceerde het ministerie van Sociale Zaken de ‘Monitor Arbeidsongevallen 2020’. Dit is een verslag van de gemelde arbeidsongevallen in 2020. In het verleden zorgde deze publicatie nog wel eens voor wat tumult daar de uitkomsten vaak niet overeenkwamen met de cijfers van de bedrijfstak. Sinds 2016 is er echter geen bedrijfstakmonitor meer verschenen en zijn de schermutselingen over de cijfers verstomd.

De monitor van SZW zou tot vreugde kunnen stemmen, omdat het ongevalscijfer in 2020 lager is dan de voorgaande jaren. Deze vreugde wordt een stuk minder omdat Covid als reden worden aangevoerd. Er is in veel sectoren minder gewerkt, waardoor er automatisch minder ongevallen zijn.

Of ook in de bouw de werkzaamheden zijn verminderd is in het verslag niet te lezen. Het EIB spreekt in publicaties van een krimp van gemiddeld 1,5%. In de renovatie ziet het EIB een ‘stevig groei’. Daartegenover is er een vermindering van 10% in de woningnieuwbouw en van 5% in de utiliteitsnieuwbouw. Welke consequenties dit heeft voor de ongevalscijfers is lastig te zeggen. Ik waag me daar in deze column niet aan.

Het aantal ongevalsmeldingen in de bouw is in 2020 gekrompen met 16% ten opzichte van 2019. Een vreugdedansje over dit resultaat mag, we weten echter nog niet of dit een blijvende ontwikkeling is. En ook weten we de oorzaken niet.

Waar vallen we vanaf? Daar geeft het verslag op pagina 23 enig inzicht in. Het meest wordt gevallen van een ladder, een trapje of een opstapje. Een goede tweede is vallen van een dak of platform en op drie staat vallen in of op een bewegend voertuig met verlies van controle. Vallen van een steiger of een beweegbaar platform staan op de vierde en vijfde plaats met gelijke aantallen.

In de helft van het aantal ongevallen met ladders wordt de ladder gebruikt waarvoor hij is bedoeld. Een ladder, dat weten we, is bedoeld om te klimmen of af te dalen naar een ander niveau. Dat betekent ook dat in de helft van valongevallen met ladders de ladder als werkplek werd gebruikt. Schrikbarend naar mijn idee is de constatering dat in 11% van deze ongevallen met handgereedschap op de ladder werd gewerkt. Elders in het verslag staat dat in 50% van de gevallen niet gekozen is voor de meest veilige werkwijze om op hoogte te werken.

Wetend dat een ladder alleen bij uitzondering gebruikt mag worden als werkplek, moeten we ons achter de oren krabben. De gedachte die bij ons moet opkomen is dat er het in de voorbereiding van het werk nogal wat schort. In die fase moet immers gezorgd worden dat er veilig kan worden gewerkt.

Op de tweede plek staat het vallen van een dak of platform. Eigenlijk zou dat niet moeten kunnen. Immers elk dak of platform waarop gewerkt wordt, dient voorzien te zijn van een dubbele leuning met kantplank. Als je dan onverhoopt struikelt of uitglijdt kun je niet naar beneden vallen. Bij een derde van deze val­ongevallen gaat het om een val van een hoogte van minder dan 2,5 meter. Dat betekent dat er van betrekkelijk geringe hoogte was gevallen maar met dermate ernstige gevolgen dat er melding ­gedaan moest worden bij de Inspectie. Overigens was bij 31% van de valongevallen van een dak of platform een zwakke plek in de vloer de oorzaak. Denk bijvoorbeeld aan een niet goed afgedekte sparing. Hier schort het aan de voorbereiding op het werk zelf.

In het verslag wordt verder vastgesteld dat er in ongeveer de helft van de gevallen geen RI&E was of dat in de RI&E het werken op hoogte niet was opgenomen. De bouwnijverheid doet veel en heeft veel gedaan aan het geven van voorlichting over het maken van de RI&E. Ik kan me dus niet voorstellen dat dit in de bouw er geen of een onvolledige RI&E kan bestaan. Dit wordt nog onderstreept doordat nagenoeg alle bedrijven een VCA-certificaat hebben en ook binnen VCA een goede RI&E verplicht is. Of is dit een onjuiste gedachte? Verder is er de verplichting om voor elke bouwplaats met valgevaar een V&G plan te hebben waarin het gevaar en de maatregelen specifiek staan omschreven.

Als we minder valongevallen willen, moet er meer aandacht komen voor veilig werken op hoogte. Meer aandacht tijdens de voorbereiding van het werk of bij de taakuitgifte. We moeten zorgen dat er een goede risico-inventarisatie van de taak wordt gemaakt. We moeten deze TRA gebruiken om instructie te geven en de uitvoerenden te begeleiden. Het is een taak van allen, uitvoerenden en opdrachtgevers, om te attenderen op de gevaren van het werken op hoogte en om effectieve maatregelen te (laten) treffen.

Het vallen van hoogte loopt eigenlijk zelden goed af. Het leidt in 82% van de gevallen tot botbreuken en een kwart van de slachtoffers loopt blijvend letsel op. Willen we dat als restproduct in onze bedrijfstak?

Labels