Roofs 2021-10-65 Zijn dakdekkers grindscheppers?

theo talks

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

In de jaren dat ik aan het werk was in de dakenbranche zag ik de belangen van het personeel steeds meer vorm krijgen. Niet alleen in de beloningssfeer maar vooral in de arbeidsverhoudingen. Personeel werd steeds meer het kapitaal van het bedrijf in plaats van het gereedschap waarmee een bedrijfsresultaat kon worden behaald.

Bedrijf na bedrijf ging, in eerste instantie vooral uit commer­cieel motief, voor een VCA-certificaat. Aan klanten en de buitenwereld kon de ondernemer het belang van veilig werken laten zien. Als bijvangst werden de omstandigheden waaronder het werk werd uitgevoerd beter gemonitord en werd alles veiliger voor personeel en omgeving. De gereedschappen, de materialen en het materieel werden meer en meer op de arbeidsomstandigheden afgestemd. Keuzes om door hulpmaterieel veiliger of minder arbeidsintensief te ­werken werden min of meer door het hebben en willen behouden van het VCA-certificaat standaard binnen de ­bedrijven. Natuurlijk moesten de keuzes bij inkoop ook economisch verantwoord zijn, maar dat mocht niet meer de enige reden zijn waarop de beslissing gebaseerd werd.

Dit alles zette de leveranciers weer aan het denken. Niet alleen aan het denken. Er werd actie ondernomen om hun materialen en producten aan de menselijke maat te laten voldoen, zoals 25 kg per rol dakbedekking. Lijmen en andere producten werden mens- en milieuvriendelijker gemaakt, zodat verwerking binnen de richtlijnen viel.

Werknemers en werkgevers in de branche zetten vol in op een Arbo-catalogus. Iedereen die op en om het dak werkte, zou moeten weten wat de richtlijnen waren om gezond en veilig een dak te kunnen maken, renoveren of slopen. Niemand uitgezonderd. De inzet is dat werknemers tot hun pensioen – en dat is al een hele tijd diep in de 60 jaar – op het dak KUNNEN werken. Beroepsziekten moeten verhalen uit de oude doos worden. Dat in de toekomst alle dakdekkers van 50+ met versleten knieën of rug jaarlijks op één hand te tellen zijn is wat we tenslotte willen bereiken.

Ook de echte adviesbureaus helpen ons een handje. Deze mannen en vrouwen durven systemen voor te schrijven die soms iets meer kosten, maar wel rekening houden met de mensen die het uitvoeren. Mastiek slopen zoals het moet met beschermende kleding, handschoenen etcetera. Grind afvoeren en recyclen en schoon grind herplaatsen, machinaal slopen waar mogelijk, allemaal om de fysieke belasting van de mensen in de uitvoering binnen de perken te houden. Dan verbaast het me. Nee, dan ben ik geschokt als ik op LinkedIn een verhaal aantref van een uitvoerder van een ­gerenommeerde dakdekker. Die is trots dat zijn mensen op een grote renovatie voor een hele grote woningbouw­organisatie grind hebben staan scheppen. Natuurlijk kan hij het klasse vinden dat zijn jongens door zijn gegaan en niet hebben gezegd “Laat hem het zelf maar scheppen!”. Maar dat zijn mannen, die in opdracht van de mensen van kantoor zeg 1000 m2 of ruwweg 70 duizend kilo grind hebben omgeschept. Dat kan een werknemer toch niet trots maken?

Kijk eens naar de wegenbouw. Als daar een kabel moet worden opgegraven staan er twee man met een schop klaar om de kabel bloot te leggen nadat een kleine graafmachine een gat van 300 bij 90 bij 60 centimeter heeft gemaakt. Dat is ruim anderhalve kuub, terwijl de dakdekkers conservatief geschat 50 kuub grind met ellebogenstoom staan om te scheppen. Is dat innovatie anno 2021? Ik dacht het niet.

Natuurlijk ken ik de achterliggende gedachte niet, maar ik denk dat het een rekensom was: voordelig voor de opdrachtgever. Voor de extra kwaliteit hoeft men het niet te doen, want grind scheppen maakt het oude grind niet schoner. Het verstoort de ballastlaag en vergroot de kans op slechte doorstroming. Allemaal zaken die de levensduur van het nieuwe dak niet ten goede komen. Daardoor zou het eco­nomisch misschien niet zo’n goede zet blijken te zijn. Maar dan is deze opdrachtgever allang van zijn ergonomische stoel gegleden.

Theo Wiekeraad

Labels