Roofs 2021-12-46 Waarschuwingen, regels, risico’s en tips

Werken in ongunstige weersomstandigheden

Werknemers in de bouw, infra of groenvoorziening krijgen geregeld te maken met ongunstige weers­omstandig­heden. Zeker in de herfst en winter als er regen, mist, hagel, vorst en sneeuw in de lucht zit. Waar de één zich na drie druppels al terugtrekt in de keet, trekt de ander nog niet eens een regenjas aan. Een duidelijk verschil in cultuur of beleving, maar wat zijn de regels? En wat moeten we doen als het met bakken uit de lucht komt of er een gure wind opsteekt?

Barre weersomstandigheden lijken steeds vaker voor te komen. Zeker in de herfst en winter krijgen werknemers van de bouw en in de infra het zwaar te verduren met heftige of druilerige regen, mist, hagel, vorst en sneeuw. De ene persoon kan hier beter mee omgaan dan de ander. Dit is voor iedereen weer anders. Het Arbobesluit stelt duidelijke regels. Op grond van het Arbobesluit moet de werkgever ervoor zorgen dat het werkklimaat geen schade veroorzaakt aan de gezondheid van werknemers, zoveel mogelijk behaaglijk en gelijkmatig is en geen hinderlijke tocht veroorzaakt.

Waarschuwingen KNMI

Het KNMI geeft een waarschuwing uit wanneer het weer om extra oplettendheid vraagt. Daarbij worden verschillende fasen onderscheiden. Code groen: geen bijzondere waakzaamheid wat het weer betreft. Code geel: het weer is potentieel gevaarlijk, wees voorzichtig indien je activiteiten gaat uitoefenen die door het weer een risico kunnen inhouden. Blijf op de hoogte van de verwachte meteorologische omstandigheden en neem geen risico’s als je deze kunt vermijden. Code oranje: het weer is gevaarlijk, er worden ongewone meteorologische omstandigheden verwacht. Wees extra waakzaam en informeer je regelmatig en nauwgezet over de verwachte meteorologische omstandigheden. Wees op je hoede voor gevaren die mogelijk onvermijdelijk zijn. Code rood, oftewel weeralarm: het weer is erg gevaarlijk met bijzonder intense meteorologische omstandigheden. Grote schade en ongevallen over een groot oppervlakte zijn heel waarschijnlijk, vaak ook met een risico voor lijf en leden. Het weeralarm geldt alleen als bepaalde weersomstandigheden op grote schaal optreden. Het weeralarm kan gelden voor het hele land, maar ook regionaal voor bepaalde provincies.

Indien het klimaat schade aan de gezondheid kan veroorzaken, moet de werkgever doeltreffende maatregelen treffen. Collectieve maatregelen als de duur van het werk beperken of het werk af te wisselen met een tijdelijk verblijf in een afgeschermd behaaglijk klimaat zijn opties. De juiste persoonlijke beschermingsmiddelen afgestemd op de weersomstandigheden behoren eveneens tot een mogelijke oplossing.

Cao

Wat vertelt de cao over werken en weersomstandigheden? In de cao Onwerkbaar weer Bouw & Infra van 22 juni 2021 handelt artikel 11 over onwerkbaar weer voor de bouwplaatswerknemer. Daarin staat dat onwerkbaar weer betekent dat niet of minder kan worden gewerkt door of als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of te weinig licht. De werkgever beoordeelt of en zo ja, hoe lang het onwerkbaar weer is. Hij doet dit in redelijk overleg met de betrokken werknemers. In dit overleg wordt rekening gehouden met zowel het bedrijfsbelang als de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Vindt de werkgever dat het onwerkbaar weer is? Dan geeft hij de werknemer de opdracht zijn werk te beëindigen. Eenzelfde opdracht geeft hij aan de door hem ingeschakelde onderaannemers en uitzendkrachten die op de desbetreffende bouwplaats soortgelijk werk doen, onder dezelfde weers- of veiligheidsomstandigheden.

Risico’s voor medewerkers

Wat zijn zoal de risico’s waar medewerkers onder deze om-standigheden mee te maken kunnen hebben? De belangrijkste zijn onderkoeling van het lichaam (hypothermie), mogelijke bevriezing van lichaamsdelen bij hoge windsnelheden en lage temperaturen en verminderde weerstand tegen ziekte. De belangrijkste factoren bij het ontstaan van koudeletsel zijn de omgevingstemperatuur en de wind­snelheid. De term ‘Wind Chill wordt gebruikt voor het (sterk) koelende effect van een lage temperatuur in combinatie met bewegende lucht. Aan dit aspect moet aandacht worden besteed bij een temperatuur lager of gelijk aan 2º Celsius. In onderstaande tabel is de windchill-factor berekend.

Onderkoeling en bevriezing van lichaamsdelen kunnen leiden tot een verminderde handvaardigheid. Daarnaast heeft dit invloed op de bewegingsfunctie van het lichaam. Vallen (van hoogte) vanwege onvoldoende grip bij klimmen en dalen, maar ook uitglijden of struikelen zijn risico’s die op de loer liggen. Ook arbeidsmiddelen kunnen door ongunstige weersomstandigheden leiden tot gevaarlijke situaties of ongevallen. Extreme kou geeft bijvoorbeeld kans op storingen van beveiligingen en bedieningsschakelaars.

Tips en voorzorgsmaatregelen

  • Houd rijwegen en looppaden op en om het bouwterrein begaanbaar en ijsvrij.
  • Zorg voor vorstvrije bouwwaterleidingen en isoleer tappunten.
  • Bescherm beveiligingen en bedieningsschakelaars tegen storing.
  • Sla bouwmaterialen die verwerkt moeten worden vorstvrij op. (Doorgaans bepaalt de buitentemperatuur de verwerkbaarheid van (dak)materialen, dat wijst zich dus zelf.)
  • Zorg voor een goede verlichting van bouwterrein en werkplek, alsmede de weg ernaartoe.
  • Specifiek voor alle werkzaamheden op hoogte (op steiger, ladder of dak): let op voor gladheid door aanvriezen, regen en boombladeren.
  • Stel werknemers zoveel mogelijk te werk op die plaatsen waar de minste hinder wordt ondervonden van de ongunstige weersomstandigheden. In het algemeen dienen zodanige maatregelen getroffen te worden dat de werknemers in hun werk zo min mogelijk door ongunstige weersomstandigheden belemmerd worden.
  • Verstrek de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen, afgestemd op de werkzaamheden en zorg voor voorzieningen voor het drogen van nat geworden kleding.
  • Draag bij een temperatuur van 4°C en lager beschermende kleding tegen kou.
  • Wanneer werk wordt uitgevoerd bij een gevoelstemperatuur van -7°C (zie tabel hiernaast) wordt aangeraden een ruimte beschikbaar te hebben waar mensen zich (regelmatig) kunnen opwarmen (bus, keet, gebouw, etc.);
  • Voldoende te drinken (koffie en andere cafeïne houdende dranken in beperkte mate in verband met de vochtafdrijvende werking);
  • Te voorkomen worden dat kleding nat wordt en de huid in contact komt met de vloeistof.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder gepubliceerd is door Arbeidsveiligheid.net.

Auteur: Ton Minnaard (proces- en veiligheidsmanager)

Labels