Roofs 2021-12-62 Eerste hulp (voor aannemers) bij prijsstijgingen

Juridische zaken

Het is een actueel probleem in de bouw: fikse en soms zelfs exorbitante ­prijsstijgingen van bouwmaterialen. Met name de prijzen van hout en metaal rijzen de pan uit. Wat kan een aannemer doen als hij met een (forse) prijsstijging geconfronteerd wordt?

Verhouding leverancier-aannemer

De eerste vraag die gesteld moet worden is uiteraard of de leverancier deze prijsstijging kan doorberekenen aan de aannemer. Het antwoord op die vraag is niet in zijn algemeenheid te geven. Dat hangt onder andere af van de aard van de overeenkomst (is sprake van koop of aanneming van werk) en van de specifieke afspraken (bijvoorbeeld: gestandsdoeningstermijnen). Ook de op de overeenkomst (tussen aannemer en leverancier) van toepassing verklaarde algemene voorwaarden kunnen van belang zijn. Indien de algemene voorwaarden van de leverancier van toepassing zijn, is de kans vrij groot dat een ‘doorberekeningsclausule’ is opgenomen.

Hieronder wordt er vanuit gegaan dat een prijsstijging door de leverancier kan worden doorberekend aan de aannemer. Vervolgens rijst de vraag of de aannemer deze prijsstijging kan doorberekenen aan zijn opdrachtgever.

Verhouding aannemer-opdrachtgever

Specifieke afspraken

Voorkomen is (vanzelfsprekend) beter dan genezen. Oftewel: als er nog geen overeenkomst is gesloten, doet de aannemer er goed aan het risico van prijsstijgingen vooraf met zijn opdrachtgever te bespreken en een regeling overeen te komen. Als een overeenkomst reeds tot stand is gekomen, zal moeten worden bezien of daarin afspraken zijn vervat

ten aanzien van prijsstijgingen (bijvoorbeeld een risico- of indexregeling). Meer dan eens is dit niet het geval. Ondanks een ontbreken van enige regeling in de aannemingsovereenkomst kunnen mogelijkheden tot verrekening bestaan. De belangrijkste mogelijkheid van de wet en de UAV 2012 worden behandeld.

De wet: artikel 7:753 BW

In artikel 7:753 BW is een mogelijkheid opgenomen om (ingeval van aanneming van werk – niet in geval van koop) een prijsstijging door te berekenen. Blijkens dit artikel kan een aannemer de rechter verzoeken de prijs van het werk aan te passen. De aannemer moet in dat geval (kortgezegd) aantonen dat:

  • sprake is van kostenverhogende omstandigheden die niet aan aannemer zijn toe te rekenen;
  • die omstandigheden na het sluiten van de overeenkomst ontstaan of aan het licht treden;
  • hij bij het bepalen van de aanneemsom geen rekening hoefde te houden met die omstandigheid.

In de praktijk zal niet snel sprake zijn van het doorberekenen van de gehele prijsstijging; er wordt immers ook rekening gehouden met het ondernemersrisico van de aannemer. Wees er wel van bewust dat dit artikel van regelend recht is. Dat betekent dat de toepasselijkheid hiervan contractueel uitgesloten kan worden.

De UAV 2012: § 47

De UAV 2012 kennen een soortgelijke regeling als hierboven omschreven. Verschillend ten opzichte van de wettelijke ­bepaling is het feit dat een rechterlijke tussenkomst niet noodzakelijk is en het vereiste van een ‘aanzienlijke prijsstijging’. Het moet gaan om een aanzienlijke stijging ten opzichte van het gehele werk (c.q. de gehele aanneemsom). De drempel van ‘aanzienlijk’ is niet nader gedefinieerd in de UAV. In jurisprudentie wordt wel eens een norm van 5% (ten opzichte van de gehele aanneemsom) genoemd. Dat is echter geen vast gegeven.

Prijsvastbeding

‘De prijs is vast’. Deze zinsnede vindt men vaak in een aannemingsovereenkomst. Een dergelijk prijsvastbeding hoeft echter niet aan een geslaagd beroep op artikel 7:753 en/of § 47 UAV in de weg te staan. In jurisprudentie is meermaals bepaald dat een (normaal) prijsvastbeding bedoeld is om normale prijsstijgingen uit te sluiten van verrekening richting opdrachtgever. De prijsstijgingen waar de bouw op dit moment mee te maken heeft, zijn (lang) niet altijd als ‘normale prijsschommelingen’ te kwalificeren.

Let wel: als een prijsvastbeding ruimer geformuleerd is (dan enkel ‘de prijs is vast’), kan dit aan een beroep op artikel 7:753 BW en/of § 47 UAV in de weg staan. Vastgesteld zal moeten worden of partijen met dit ‘ruimere’ prijsvastbeding een beroep op voornoemde artikelen hebben willen uitsluiten.

Vooraf bespreken

Prijsschommelingen en -stijgingen zijn van alle tijden. Teneinde te voorkomen dat aannemers elke mogelijke prijsstijging preventief verdisconteren in een aanneemsom zijn er (in de wet en in de UAV) mogelijkheden opgenomen (aanzienlijke) prijsstijgingen door te berekenen. Een aan­nemer kan de schade van prijsstijgingen beperken door deze mogelijkheden te kennen en te gebruiken.

Voor nieuwe overeenkomsten doet men er goed aan (de mogelijkheid van) prijsstijgingen vooraf te bespreken met de opdrachtgever. Partijen kunnen (bijvoorbeeld) overeenkomen i) bij welke materialen prijsstijgingen worden doorberekend, ii) vanaf welke percentage prijsstijgingen worden doorberekend en iii) welk deel van de prijsstijging voor welke partij komt. ■

Floris Pels Rijcken is advocaat bouwrecht bij Poelmann van den Broek. Heeft u vragen? Floris is bereikbaar via f.pelsrijcken@pvdb.nl of via 024 – 3811 456.

Labels