Roofs2021-07-15 Daar is een plat dak niet voor gemaakt

theo talks

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

Ik heb er even over nagedacht of ik dit wel kon schrijven zonder iemand te krenken of te beschadigen. Vandaar dat ik eerst mijn medeleven wil betuigen aan de nabestaanden van de twee tieners die 11 juni jl. in Amsterdam van het dak af zijn gevallen. Ik denk dat niets deze mensen kan troosten. Kinderen met het leven nog in de knop weggerukt moet werkelijk verschrikkelijk zijn.

Als ik terugdenk aan de tijd dat ik nog meerdere keren per week op het dak kwam voor een dakopname is het misschien wel een wonder dat dit zo betrekkelijk weinig gebeurt.

Ik weet nog goed dat ik in Noordwijk aan Zee het dak van een flatgebouw ging opnemen en de mogelijkheden van bij-isoleren moest beoordelen voor een lokale aannemer. Alles liep vlotjes, maar tegen mijn zin in wilde de voorzitter van de VvE ook mee het dak op. Ik hield daar niet zo van. Voelde mij verantwoordelijk als iemand met mij meeliep, zeker in een periode toen aanlijnen en veilige zones nog geen algemeen goed waren. Alsof ik het voelde dat er iets niet in de haak was, draaide ik mij na een deelopname om en zag een kind van nog geen twaalf jaar achter mij op het dak lopen. De zoon van de voorzitter was papa achterna gegaan. Op mijn verzoek of meneer hem alstublieft naar beneden wilde sturen kreeg ik de reactie: “er gebeurt niks hoor, hij valt echt niet naar beneden.” Ik ben pas verder gegaan toen ik alleen op het dak was.

Regelmatig kwam ik in binnenstedelijk gebied op daken van gebouwen van tussen de wereldoorlogen. Mastiek daken van portiekwoningen op 15 tot 18 meter hoog, binnendoor bereikbaar via de woning van de hoogste verdieping. Wat ik daar aantrof aan dakterrassen was soms van zo’n hoog zelfklusgehalte dat het bijna niet te omschrijven is.

Vlak langs dakranden stonden gammele wegrottende zelfklus hekwerkjes op terrassen met zinken lantaarns in het dak, hier en daar voorzien van prachtig tuinmeubilair en barbecues, klaar voor gebruik. “Is alleen voor ons eigen gebruik, dus er kan niks gebeuren, hoor”. En als jullie het weghalen en klaar zijn, dan zetten we het zelf wel weer terug”, werd mij dan verteld. Waren de woningen (onder)verhuurd aan studenten dan was het soms helemaal bal op het dak. Dan konden niet alleen de bovenste bewoners op het dak vertoeven maar schijnbaar hele studentenverenigingen. Dan troffen we op het dak geen hekken of andere terrasafscheidingen aan, maar wel complete bankstellen, lege bierkratten en dozen met lege flessen sterke drank die op transport naar beneden stonden te wachten. En ook hier ging dan regelmatig de barbecue aan. Soms sneuvelde er een fles, op een lekkage meer of minder keek men niet. “De verhuurder laat het toch niet repareren”, was een veel gehoorde klacht.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van wat er zoal door dakpersoneel op daken werd (en wordt) aangetroffen. Bewoners gaan zo makkelijk met dit soort situaties om, ze zien het gevaar niet want het is toch ons terras? Daar waar wij alle voorzorgmaatregelen nemen om vallen van het dak bijna onmogelijk te maken, zien zij het als een speeltuin.

Maar een dak is een dak en geen dakterras en zeker geen speelplaats of zuipplek als het niet van alle veiligheids­constructies is voorzien. Hoe veilig men zich ook waant. Eén keer onvoorzichtig, baldadig of gewoon niet opletten en verwachten dat het wel goed is, want iedereen doet het, en dan kan het zo voorbij zijn. Echt, daar is een gewoon plat dak niet voorgemaakt!

Wij vanaf deze kant namens Roofs willen iedereen die ook maar op een of andere manier bij dit ongeval betrokken is heel veel sterkte toewensen met het verwerken van dit drama.

Theo Wiekeraad

Labels